Vanmorgen werd ik niet gewekt door de kunstmatige zonsopkomst van mijn ‘wordt wakker’ lamp en een pruttelende koffie pot, maar door de oproep tot gebed, de adhan, die vanuit de moskee over de daken schalde. Ik kijk slaperig uit het raam en zie overal minaretten uitsteken met daarachter een eindeloos wit berglandschap. 
Voor de presentatie van mijn afstudeerfilm ben ik gisteren afgereisd naar het conservatieve Kayseri in het binnenland van Turkije.
Tijdens mijn ziekte ben ik doorgegaan met het maken van mijn film en na vele maanden bloed, zweet en tranen komt het zwarte gat dat afstuderen heet steeds een stapje dichterbij.
Nu ik vandaag hier ben besef ik mij hoe anders mijn leven was tot op een paar weken geleden. Maar omdat hier alle anders is, heeft het even geen betekenis.
Diep in de bergen bezoeken we een dorpje waar de mensen tot voor kort nog in ‘grot huizen’ woonden. Door een steenlawine is een stuk van hun dorp vernielt en heeft de lokale overheid ze een stukje verderop in ‘prefab’ huizen gestopt. 97 huizen die zo dicht op elkaar staan dat je er amper tussendoor kunt lopen. De mensen zelf zijn er niet gelukkig mee, ze waren liever in hun ‘oude’ huizen gebleven. Ook omdat daar de toeristen nog komen en ze hier wat geld aan kunnen verdienen.
Ergens loopt een reusachtige hond met een open wond, blauw van het ontsmettingsmiddel. De mensen uit het dorp vertellen dat de hond gebeten is door een wolf, en nee niet omdat roodkampje even naar de buurtsuper was om kletskoppen voor oma te halen.
Ik geniet van het prachtige uitzicht en alles om me heen, maar ik besef me ook hoeveel geluk ik heb gehad. Overal ter wereld krijgen mensen kanker, maar lang niet iedereen heeft toegang tot goede medische voorzieningen. Zou ik er ooit achter zijn gekomen dat er iets mis was? Misschien was ik wel gewoon dood gegaan…